De stresstest waaraan Europese banken worden onderworpen, heeft nog het meest weg van een PR-stunt voor de banken. De banken hoeven geen rekening te houden met wanbetalingen op staatsobligaties, terwijl hier nu juist de pijn zit. De problemen van bijvoorbeeld Griekenland, Spanje, Portugal, Italië en Ierland worden genegeerd bij de test. Ook wordt niet gekeken naar de blootstelling van banken aan de vastgoedmarkt.
Vorige week vroegen we ons af of de onvermijdelijke prijsdaling van vastgoed wordt meegenomen bij de stresstest. Immers op dit moment staan op Jaap.nl al 322.786 huizen te koop. Er van uitgaande dat er geen nieuwe woningen bij komen en dat de 41.000 woningen, die uit de verkoop zijn gehaald, niet terugkomen, dan duurt het nu circa 2,5 jaar voordat de huidige voorraad is verkocht (uitgaande van de verwachting van de NVM dat er jaarlijks 125.000 huizen worden verkocht). Het antwoord is dus dat daar niet naar wordt gekeken. Waar ook niet naar wordt gekeken, is het risico dat landen zoals Griekenland, Spanje, Portugal, Italië en Ierland niet langer hun schulden kunnen betalen. De toezichthouder kijkt alleen naar de tier 1-ratio (solvabiliteitsratio). De meeste Europese banken hebben hun staatsobligaties zo op de balans gezet, dat de tier 1-ratio pas wordt beïnvloed, zodra er wanbetalingen zijn. Er wordt slechts gekeken wat de gevolgen zijn van een economische groei die 3 procentpunt lager uitvalt dan de jongste ramingen van de Europese Commissie. In het tweede scenario wordt daarbovenop gerekend met een schok op de markten voor staatsobligaties. Dit komt echter niet tot nauwelijks tot uitdrukking in de solvabiliteitsratio. De Sloveense bank NLB kan zelfs daar al niet tegen en zegt extra kapitaal op te moeten gaan halen. Het Duitse Hypo Real Estate zou volgens geruchten ook de voeten niet droog houden. Wie ook de voeten niet droog hielden, waren de Europese beurzen. De DAX lijkt weer op weg naar de top van juni zodat nog steeds een zijwaartse beweging resteert. De Franse CAC40, de Spaanse IBEX35, de Italiaanse MIB30, de Portugese PSI20 en de Eurostoxx50 consolideren echter nog steeds in de dalende trend.
Brent onder druk

Brent bereikte in juli 2008 een recordniveau rond $ 147 per vat, maar implodeerde vervolgens tot $ 35 per vat. De olieprijs veerde zeer sterk op vanaf het 50% Fibonacci retracement level, gemeten vanaf de bodem in 1999 tot aan de top van 2008. Brent-olie bereikte begin mei een hoogste punt rond $ 90 per vat. De olieprijs ketste echter af op het 61,8% Fibonacci retracement level, gemeten vanaf de top van 2008 tot aan de bodem van 2008. De afgelopen maanden is Brent hand in hand met de aandelenbeurzen gedaald. Daarbij doorbrak Brent in mei de bodem van dit jaar, maar wist te herstellen vanaf de bodem van 2010. Brent consolideert al maanden binnen de stijgende trend sinds maart 2009 en is daarmee, net als de meeste aandelenbeurzen, al maanden op zoek naar richting.
Euro worstelt met Fibonacci

In 2008 bereikte de euro de top rond $ 1,60. Het eerste Fibonacci retracement level, gerekend vanaf de bodem in 2001 tot aan de top in 2008, bevindt zich rond $ 1,25. De euro zette in maart 2009 vanaf dit niveau opnieuw de aanval in, maar strandde op de $ 1,50-grens. De euro is de afgelopen maanden verder verzwakt, onder meer vanwege de Griekse schuldenproblematiek. Het is zorgwekkend dat ook andere Europese landen zoals Spanje, Italië, Oostenrijk, België, Portugal en Frankrijk steeds verder in de problemen komen. Ondanks de biljoen euro aan belastinggeld die in de strijd werd geworpen, bleef de euro in een vrije val. Daarbij bereikte de Europese munteenheid versus de Amerikaanse dollar zelfs het laagste niveau sinds eind 2005. Sinds het dieptepunt van juni herstelde de euro evenwel binnen de dalende trend. Daarbij stuitte de euro op het 61,8% Fibonacci retracement level, gemeten vanaf de top van april tot aan de bodem van juni.
S&P500 consolideert in dalende trend

De S&P500 initieerde in maart 2009 een krachtige rally en kreeg in mei 2009 steun van de Coppock-indicator die een koopsignaal gaf. Deze betrouwbare indicator werd ontwikkeld door de Amerikaanse econoom Edwin Coppock en geeft aan wanneer de rouwperiode op de beurs voorbij is. De S&P500 steeg 16 van de 17 jaren nadat het koopsignaal werd gegeven en nu dus ook weer. Nadat de index in januari wat gas terugnam, opende de S&P500 succesvol de aanval op de top van januari. Een verkoopgolf stuurde de Amerikaanse indices begin mei echter fors lager. De index wist te herstellen, maar dit vond plaats binnen de dalende trend die eind april werd ingezet. De index ketste af op het 50% Fibonacci retracement level, gemeten vanaf de top van april tot aan de bodem van mei/juni. De S&P500 heeft deze maand het laagste punt van 2010 verder aangescherpt en leefde vervolgens opnieuw op binnen de dalende trend die eind april werd ingezet. De S&P500 vormde een lagere top en heeft daarmee de dalende trend opnieuw ingezet. De Dow Jones Index en de Nasdaq consolideren eveneens binnen de dalende trend.
Met vriendelijke groet,
www.beursbulletin.nl
www.beleggen.com
Harm van Wijk
Wilt u dit dagcommentaar per e-mail ontvangen? Klik dan op bovenstaande links.
Harm van Wijk is directeur
en technisch analist bij
BeursBulletin.nl. Van Wijk beheert 11 beleggingsportefeuilles waarvan de posities op
www.BeursBulletin.nl
zijn te vinden. De informatie in zijn columns is niet bedoeld als professioneel
beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw
reactie is welkom op
info@beursbulletin.nl
Lees ook onze
disclaimer.